Teamgenoten Ehren en Delmee: 'Tot drie uur aan de bar'

zaterdag, 27 december 2025 (15:07) - Hockey.nl

In dit artikel:

Raoul Ehren (52) en Jeroen Delmee (52) zitten tegenover elkaar in het clubhuis van Den Bosch, nog half in de jetlag na afzonderlijke reizen naar Argentinië. Tegenwoordig leiden ze de Oranje-selecties — Ehren sinds 2024 de vrouwen, Delmee sinds 2021 de mannen — maar hun band gaat decennia terug. Als jongens uit het zogenaamde “rayon Den Bosch” kruisten hun paden in de jaren tachtig; Delmee kwam van MEP, Ehren was de lokale speler. Al vroeg viel Delmee op door techniek en overzicht, Ehren als degelijke, laag spelende verdediger die later in de zaal ook aanvallend uitblonk.

De twee blikken samen terug op de gouden periode eind jaren negentig bij HC Den Bosch: promotie, het eerste landskampioenschap in 1998 en kort daarna de Europa Cup II. Die selectie leverde meerdere topcoaches voort — naast Ehren en Delmee ook namen als Sjoerd Marijne en Marc Lammers — en staat symbool voor een hechte, regionale ploeg die het op zag nemen tegen traditionele grootmachten als Amsterdam en Bloemendaal. Foto’s, plakboeken en een niet-geplaatste herinneringstegel van Delmee geven zicht op de verbondenheid en ook op soms pikante clubpolitiek: zijn tegel zou niet gelegd zijn nadat hij in 2007 vertrok naar Oranje Zwart.

Tonen van de sfeer: trainingsdiscipline maar ook veel ontspanning. Drie keer trainen per week was destijds normaal; na afloop werd er aan de bar uitgebreid nagepraat, met Guantanamera en Hazes als vaste liedjes. Het clubleven was alomtegenwoordig — teams onderling, grote reiskliek naar Europese toernooien en avonden die tot in de vroege uurtjes doorgingen. Die losse, sociale kanten missen ze wel, al erkennen ze dat hockey sindsdien veel professioneler is geworden.

Belangrijke lijnen uit hun verleden speelden een rol in hun coachfilosofie: nauwkeurige nabespreking van tegengoals (“Op dinsdagtraining herhaalden we situaties honderden keren”), klare taal onder elkaar en het belang van werken met de mouwen opgestroopt — waarden die Delmee expliciet noemt als nog steeds leidend bij Oranje. Ehren zegt dat zijn laatste jaren als speler en eerste jaren als trainer bij Den Bosch hem wezenlijk gevormd hebben; veel tactische notities zijn destijds op bierviltjes gemaakt, niet op coachborden.

Hun carrières liepen verschillend verder: Ehren beëindigde later zijn spelersloopbaan en keerde terug als damescoach bij Den Bosch, waar hij twaalf jaar hoofdcoach was en negen landstitels pakte; Delmee speelde door tot 2011 en bouwde daarna een internationale trainersloopbaan (inclusief België en Frankrijk) voordat hij de Nederlandse mannen overnam. Delmee zegt dat het gebrek aan vroege financiële beloning bij Den Bosch vroeger talent heeft doen vertrekken — een van de redenen voor zijn eigen vertrek — terwijl andere clubs al vroeg spelers gingen betalen.

Privé blijven de twee ook verbonden met de club: ze hebben allebei drie dochters die bij Den Bosch hockeyen, en ze duiken regelmatig op veld 7 om af en toe als invaller-trainer te fungeren. Die continuïteit — van jeugd tot veteranen, van kroegpraat tot nationale beleidslijnen — illustreert hoe diep de clubcultuur hun denken over hockey heeft beïnvloed.

Tot slot wijzen ze op hoe veel van die jaren nog terug te vinden zijn op YouTube: seizoenbeelden uit 1996–2001 en zelfs een volledige EC1-finale uit 1999 zijn online te bekijken, nostalgie voor wie de sfeer van toen wil ervaren. De kern van hun verhaal: uit die eenvoudige, hechte Bossche jaren ontstond niet alleen een titelteam, maar ook een generatie coaches en waarden die het huidige Nederlandse hockey nog steeds raken.