Shoot-outheld Paalman: 'Ik kwam te laat en had een grote mond'

dinsdag, 30 december 2026 (17:07) - Hockey.nl

In dit artikel:

Olivier Paalman (19) beleefde eind mei een sprookjesachtige ontknoping: als reservedoelman van Amsterdam schoof hij tijdens de NK-finale onverwacht in de spotlights en hielp zijn ploeg via shoot-outs aan de eerste landstitel in dertien jaar. Waar hij voorheen vooral op de achtergrond stond en vrijwel geen speelminuten maakte, werd hij door trainer Rick Mathijssen strategisch ingezet als schuttersstopper — een verrassingstactiek die zich uitbetaalde toen Paalman de inzet van Jonas de Geus keerde en rivalen hun kansen misten.

De keeper, net overgekomen uit de jeugd en bekend om zijn shoot-outkwaliteiten, vertelt openhartig dat hij aan het begin van het seizoen nog onervaren en soms onhandig was: hij kwam te laat, sprak zijn mening luidop en moest wennen aan het leven op het hoogste niveau. Een anekdote van een verplichte teambespreking waarin zijn telefoon afging, illustreert dat hij toen nog veel moest leren. Tegelijkertijd maakte zijn ontwikkeling indruk op staf en spelers; een vertrouwelijk gesprek met ploeggenoot Sam Steins Bisschop op de wedstrijddag gaf Paalman de mentale bevestiging die hij nodig had om volledig te gaan voor zijn taak. “Toen dacht ik: fuck it, ik ga gewoon knallen,” zei hij later over dat moment.

Zijn optreden in de finale was kort maar doorslaggevend: hooguit tien minuten keepte hij in het veld, maar die minuten leverden Amsterdam de titel op. Direct na de wedstrijd gaf Paalman een spontaan en veelbesproken interview aan NOS-verslaggever Philip Kooke, wat zijn status als nieuwe publieksheld versterkte. Voor veel collega-doelmannen is zo’n triomf in de Tulp Hoofdklasse uitzonderlijk; in het afgelopen decennium lukte dit alleen David Harte Kampong eerder.

Sinds die huldiging is Paalman echter weer teruggekeerd naar de rol van tweede keeper. Dit seizoen staat hij niet langer achter Joren Romijn maar achter de Britse international Ollie Payne en kwam hij in de eerste competitiehelft niet in actie. Zijn ploeggenoten vierden zijn heldendaad, maar hielden hem ook met beide benen op de grond — een les die hij accepteert. Hoewel het moment in de finale uitzonderlijk vroeg in zijn loopbaan kwam, ziet Paalman het niet als eindpunt: hij was recent tweede keeper bij het jeugd-WK in India en koestert de ambitie om ooit voor het Nederlands elftal te keepen. Op korte termijn wil hij doorontwikkelen bij Amsterdam en liefst als eerste keeper nóg eens landskampioen worden.

Paalmans verhaal is daarmee zowel een voorbeeld van snelle rijping onder druk als van de grillige realiteit van tophockey: één legendarische invalbeurt kan iemands naam geschreven brengen, maar de weg naar blijvende status vereist geduld, consistentie en verdere groei.