SCHC wint tweede landstitel in de zaal
In dit artikel:
SCHC heeft zich het landskampioenschap zaalhockey voor dames toegeëigend door in de finale Rotterdam na shoot-outs te verslaan, nadat de reguliere speeltijd in Almere in 2-2 eindigde. De beslissende shoot-out werd genomen en verzilverd door invaller Lana Kalse — een Pinoké-speelster die eerder in de wedstrijd een strafbal miste — en bezorgde SCHC daarmee de tweede zaaltitel uit de clubgeschiedenis. Kalse zei dat het team het verleden rond het missen van veldtitels niet als drijfveer gebruikte: “We hebben dat sentiment als team niet echt gebruikt.”
Rotterdam trad aan als regerend zaalkampioen, maar kende een wisselvallig seizoen en een sterk gewijzigde selectie: van de titelploeg van vorig jaar zijn nog maar drie speelsters over. Coach Brian Vervoort verwees naar het uitzonderlijke momentum van vorig seizoen en verklaarde dat de ploeg dit jaar bewust een andere doelstelling hanteerde, met meer nadruk op plezier en gezonde spanning. Desondanks toonde Rotterdam veerkracht in de play-offs en boekte een stuntachtige 3-2-zege op HDM in de halve finale, maar strandde in de finale tegen SCHC.
Ook buiten de top werd het binnenprogramma dramatisch en onvoorspelbaar. Huizen, vorig jaar gedegradeerd van het veld, begon desastreus in de Promotieklassezaalcompetitie en bleef na vijf wedstrijden zonder punt; keepster Iza Osborne noemde plezier als cruciale factor. Ook Victoria degradeerde rechtstreeks met slechts twee punten uit tien wedstrijden.
Oude bekenden zorgden voor herkenning: Amsterdam moest op het laatste moment een team formeren en haalde Lieke van Wijk over tot rentree in het zaalseizoen. Zij vertelde aanvankelijk terughoudend te zijn geweest, maar was blij met haar keuze en haar niveau tijdens het toernooi.
Dit zaalseizoen toonde opnieuw de onvoorspelbaarheid van indoorhockey: kleine marges, shoot-outs en teams die elkaar onderling kunnen verrassen bepaalden de eindklassering. Voor SCHC is de titel een troostrijk succesmoment, maar het “veldkampioenschaptrauma” is daarmee nog niet uitgewist — wel is duidelijk dat collectieve prestaties en mentale veerkracht in de zaal het verschil maakten.