Rollercoaster van Babs Reijnen: van bijrol naar gouden plak
In dit artikel:
Babs Reijnen, middenveldster uit Den Bosch, werd onverwacht een van de revelaties in de WK-finale van Jong Oranje tegen Argentinië (2-1) in Santiago. Oorspronkelijk stond ze in november bij de bekendmaking van de selectie als reserve; dat was een teleurstelling na haar plek in de EK-selectie van 2024. Aanvankelijk zouden de reserves niet meereizen, maar die beslissing werd later teruggedraaid: Reijnen en teamgenoot Katerina Langedijk gingen mee en ondersteunden de ploeg vanaf de tribune.
In de kwartfinale was Langedijk al ingevallen voor de geblesseerde Lieve Wijckmans en bleef zodoende in de basisopstelling richting de eindstrijd. Donderdagochtend voor de finale werd Langedijk echter ziek en bleek de dag erop niet fit genoeg om te spelen. Reijnen kreeg toen het telefoontje dat ze Kat zou vervangen en startte in de WK-finale — een kans die ze onverwacht maar vol overtuiging greep. Haar optreden droeg bij aan het uiteindelijke wereldkampioenschap voor Nederland.
Tijdens het feest in Santiago, tussen groepsfoto’s en omhelzingen (onder meer van Mea de Vries, Veere ter Horst en de gehavende Fleur Wolfert), reflecteerde Reijnen op de heftige periode: teleurstelling, reizen als reserve, trainen en dan plots de finale mogen spelen. Bondscoach Kai de Jager prees haar vermogen om uit het niets sterk te presteren en benadrukte dat de titel door alle twintig speelsters samen is behaald.
Kleine details illustreren haar inzet: op het afgelegen veld 2 hield ze zich na elke wedstrijd fit door shuttles te lopen. Wat aanvankelijk een rollercoaster aan emoties was, eindigde voor Reijnen in puur genot en trots — niet alleen vanwege de titel, maar ook omdat iedereen in de ploeg, inclusief de reserves, uiteindelijk een rol heeft gehad in het toernooi.