Opleidingsvergoeding in het hockey? '5000 euro is altijd welkom'

woensdag, 18 maart 2026 (07:07) - Hockey.nl

In dit artikel:

De overstap van jeugdspelers Yara Akkerman (16) en Roos Alkemade van HDM (Den Haag) naar Amsterdam heeft opnieuw het debat aangewakkerd over een mogelijke opleidingsvergoeding in het Nederlandse hockey. Akkerman verliet de club waar ze haar hele jeugd doorbracht zonder dat HDM een financiële tegemoetkoming ontving, iets dat oud-international en tegenwoordig clubkadercoach Jacques Brinkman onaanvaardbaar vindt. Hij pleit voor een systeem waarmee opleidende verenigingen worden gecompenseerd wanneer hun talenten door betere clubs worden weggehaald: "Het wordt hoog tijd dat er in het hockey een opleidingsvergoeding wordt geïntroduceerd," zegt hij.

Brinkman haalt het voetbal aan als voorbeeld. Daar bestaan twee regelingen: een solidariteitsbijdrage (een percentage van transfersommen) en een opleidingsvergoeding die wordt uitgekeerd wanneer een speler een contract tekent bij een professionele of hoger spelende amateurclub. De solidariteitsregeling is in hockey praktisch onbruikbaar omdat transfersommen bijna nooit voorkomen, maar de opleidingsvergoeding is volgens Brinkman goed te vertalen naar hockey. In het voetbal ligt het tarief per opleidingsjaar bijvoorbeeld voor Derde Divisie-clubs op 688,12 euro; een speler die van Onder-11 tot Onder-19 bij één club speelde levert die vereniging daarmee al snel zo’n 6.200 euro op. Brinkman rekent voor dat een vergelijkbaar bedrag in het hockey – hij noemt 5.000 euro als denkbaar voorbeeld – clubs als HDM zou laten heroverwegen of ze talenten zomaar laten gaan en bovendien middelen biedt om in jeugdopleidingen te investeren.

Belangrijke vragen die bij invoering rijzen, zijn wanneer een vergoeding verschuldigd is en hoe om te gaan met normale levensomstandigheden zoals studie- of werkgerelateerde verhuizingen van spelers. Brinkman stelt dat duidelijke spelregels noodzakelijk zijn en stelt voor om het moment van betaling te koppelen aan het tekenen van een contract, net als in het voetbal. Ook pleit hij ervoor dat de bond (KNHB) de regie voert: individuele clubs hebben te veel eigen belangen om dit eerlijk te organiseren.

Tegenwerpingen, zoals dat HDM zelf ook spelers van andere clubs haalt, kunnen volgens Brinkman worden ondervangen door vergoedingen te verdelen over alle clubs waar een speler in zijn jeugd actief was, zoals in het voetbal gebeurt. Gegeven de mengeling van professioneel en amateurkarakter in de Tulp Hoofdklasse – van internationals tot vrijwilligers die een kleine vergoeding ontvangen – vraagt een praktische regeling wel om maatwerk, maar Brinkman is ervan overtuigd dat een landelijk geregeld systeem werkbaar en wenselijk is om jeugdopleidingen te waarderen en het weglopen van talenten te reguleren.