In de bubbel
In dit artikel:
Mink van der Weerden, voormalig strafcornerspecialist van Oranje, blikt terug op het WK hockey van 2014 in Den Haag en maakt een gemengd bilan: trots dat het toernooi bij zijn hoogtepunten hoort, maar ook nog steeds teleurgesteld over de verloren finalewedstrijd tegen Australië (6-1). Volgens Van der Weerden speelde de timing een grote rol: het WK lag vroeg in de zomer, direct na de play-offs van de Hoofdklasse, waardoor de voorbereiding kort was en de ploeg niet op topniveau kon komen.
De wedstrijdlocatie – het ADO-voetbalstadion – gaf het toernooi een bijzondere sfeer, maar Van der Weerden benadrukt dat hij als speler vooral in zijn eigen bubbel zat en zich op het spel concentreerde. Kleinigheden blijven hem wel bij: de tunnel naar het veld, de korte afstand tot de tribunes en een herinnering aan teamgenoot Rogier Hofman die uitgleed en veel gelach veroorzaakte.
Sportief was de weg naar de finale niet overtuigend genoeg, meent hij: de halve finale werd wel gewonnen, maar niet dominant. De eindstrijd tegen Australië deed pijn; bij rust was het nog 2-1, maar toen Australië uitliep naar 4-1 en 5-1 verdween het geloof binnen de ploeg. Twijfel en frustratie over dat verlies blijven ook twaalf jaar later hangen, zeker omdat het thuis gebeurde.
Toch plaatst Van der Weerden 2014 tussen zijn hoogtepunten, naast andere toernooien als EK’s en Spelen. Hij vergelijkt 2014 met het WK van 2018 in Bhubaneswar, waar Oranje ook zilver pakte maar daar volgens hem wél het gevoel had dat de titel had gemoeten.
Zijn belangrijkste advies aan huidige Oranje-teams is praktisch: blijf in je bubbel en raak niet afgeleid door de hype en commerciële ruis rond grote toernooien. Niet alle spelers halen energie uit media-aandacht en organisatorische druk; sommige landen hebben juist baat bij een simpele, strakke aanpak. Beleef het toernooi op de manier die voor jou werkt, aldus Van der Weerden.