Hockeyen in de Sovjet-Unie: een boek van Dostojevski als beloning
In dit artikel:
Mark Sluiter (58) speelde eind jaren tachtig anderhalf seizoen als spits bij Fili Moskou, een van de sterkste teams in de hoogste divisie van de voormalige Sovjet-Unie. Sluiter, die sinds zijn achtste hockeyt en Slavische talen (Russisch) studeerde aan de Universiteit van Amsterdam, kwam op aanraden van zijn Russische vriendin Svetlana naar Moskou om zijn afstudeerscriptie te schrijven — en tegelijk door te gaan met tophockey. In februari 1989 meldde hij zich met een aanbevelingsbrief van Hurley bij het Staatssportcomité en sloot aan bij Fili, een club (opgericht in 1968) die in de jaren 1970–1991 veertien keer in de top drie eindigde en twee keer de nationale beker won.
Fili was een counterteam met snelle buitenspelers en ervaren krachten; internationals als Viktor Deputatov en Aleksei Markov gaven het elftal kwaliteit. Sluiter karakteriseerde zijn taak als spits vooral als bal vasthouden, terugleggen en scoren. In de Sovjet-structuur was hij officieel een ‘staatsamateur’: spelers kregen salaris en royale premies (destijds bijvoorbeeld 300 dollar per overwinning). Trainingen waren intensiever dan in Nederland — twee keer per dag, met een volledig begeleidingsteam (masseur, atletiek- en krachttrainer, arts) — en vooraf moesten spelers medisch worden goedgekeurd; Sluiter zegt dat het hem twee maanden kostte om op dat niveau te komen en dat hij nog nooit zo fit was.
De competitie liep van april tot augustus en speelde zich uit over immense afstanden van Brest tot Alma-Ata; daarom werden wedstrijden vaak op één locatie samengebracht. Reizen vond per vliegtuig, trein en bus plaats en leverde bijzondere situaties op: in Bakoe lagen rubberen matten op het veld die bij 35 graden gloeiend heet werden, in Alma-Ata kregen zij na een overwinning stenen over zich heen en Sluiter was een van de eerste buitenlanders die in Sverdlovsk (nu Jekaterinenburg) mocht spelen. Scheidsrechters en uitwedstrijden waren soms controversieel doordat lokale invloeden voorafgaand aan wedstrijden probeerden te sturen. De thuiswedstrijden van Fili vonden op een goed waterveld naast het Dynamo Moskou-voetbalstadion plaats; het irrigeren gebeurde met vrachtwagens.
Als enige buitenlander in de competitie trok Sluiter veel media-aandacht en had hij moeite met straattaal en scheldwoorden die teamgenoten gebruikten; het kostte hem enkele maanden om zich verstaanbaar te maken en zich in het team thuis te voelen. Met Fili werd hij in 1989 tweede en in 1990 derde achter het domineerde Dynamo Alma-Ata; Sluiter werd meerdere keren Man of the Match en ontving als prijs literatuur, waaronder Dostojevski.
Na zijn sportcarrière bouwde Sluiter een loopbaan in de gezondheidszorg op, onder meer als zorgbestuurder bij een internationaal Russisch-Nederlands project gericht op ouderenzorg, eerstelijnszorg en revalidatie dat een netwerk omvatte van zo’n 500.000 patiënten, 150 instellingen en 2.500 artsen. Vanwege de oorlog in Oekraïne heeft hij zijn activiteiten in Rusland beëindigd en overgedragen. Zijn verhaal illustreert zowel de sportieve uitdagingen in de Sovjetcompetitie als de culturele en politieke bijzonderheden van spelen in het IJzeren Gordijn-tijdperk.