comfortabel in het oncomfortabele

maandag, 18 mei 2026 (11:30) - Hockey-Magazine

In dit artikel:

Joep de Mol (30) staat dit seizoen als aangever en aanvoerder centraal bij Oranje‑Rood en voelt voor het eerst écht de trots om een clubtitel op zijn naam te zetten. Twintigjarige successen met het toenmalige Oranje‑Zwart — drie landskampioenschappen in korte tijd nadat hij op zijn achttiende uit Push naar Eindhoven kwam — gaven hem een gouden start, maar die vroege triomfen voelden minder ‘van hem’ omdat hij toen nog een bijrol vervulde. Nu, twaalf jaar later, is zijn rol anders: hij is vaste basisspeler, speelt centraal achterin en draagt de aanvoerdersband van de ploeg die bovenaan de Hoofdklasse staat.

Zijn weg naar de top liep niet zonder hobbels. De Mol groeide op in een echte hockeyfamilie en beloofde ooit aan zijn opa het Wilhelmus mee te zingen als hij het nationale team zou halen. Die droom kreeg onverwacht vaart toen bondscoach Max Caldas hem tijdens een avond uit belde en hem vroeg de volgende dag op Papendal te verschijnen. Een blessure van Sander Baart gaf hem bij Oranje‑Zwart zijn kans, waarna hij doorbrak bij het Nederlands elftal. Toch heeft hij vaak met teleurstellingen leren omgaan: hij was reserve bij de Spelen van Rio, viel meerdere keren af van selecties (ook voor Tokio en het WK 2023) en moest zich telkens weer bewijzen. Die momenten voedden juist zijn bewijsdrang en leerden hem comfortabel te worden in het oncomfortabele.

De overgang van Oranje‑Zwart naar de gefuseerde club Oranje‑Rood bracht uitdagingen. Na de fusie verloor de club deels zijn identiteit, namen ervaren coryfeeën afscheid en moest er opnieuw gebouwd worden. Volgens De Mol leidde dat tot een periode van ‘sukkelen’, waarna bewust werd geïnvesteerd in vernieuwing en teamopbouw over twee à drie jaar. Als aanvoerder probeert hij trouw te blijven aan zichzelf: hij wil niet anders gaan doen door zijn rol, maar wil wél het team leiden naar resultaten die daadwerkelijk van hem en zijn teamgenoten voelen. Daarom zegt hij liever één keer kampioen te worden met zijn eigen club dan meerdere keren elders.

Vooruitkijkend hoopt De Mol op sportief succes in een druk seizoen — inclusief toernooien op nationaal en internationaal niveau — en ervaart hij de extra zwaarte van spelen als regerend kampioen: andere landen bereiden zich nu meer gericht op Nederland. Hij bewondert de vrouwenploeg die ook het doelwit is van concurrentie en ziet in de huidige internationale spreiding (minstens zeven landen met reële kansen op een WK) juist de aantrekkingskracht van het mannenhockey.

Kern: een speler die vroeg meeprofiteerde van topsuccessen, maar zich door tegenslagen heeft geschaafd tot aanvoerder en spil van Oranje‑Rood, vastbesloten om een titel te winnen die wél echt van hem voelt — en klaar om zijn club en het nationale team te blijven verdedigen in een steeds competitiever internationaal veld.